Rasta-man

Het komt nogal eens voor dat mijn collega’s en ik in de trein een boete moeten schrijven omdat een reiziger niet voor zijn reis betaalt. Als een reiziger wordt vertelt dat hij of zij geen, of geen geldig vervoerbewijs heeft, of dat de reiziger niet heeft ingecheckt, dan zit er vaak een smoes aan vast. Vaak ligt het dan aan de incheck paal op het station of het ligt aan een kaartautomaat die ineens alle dienst weigert. Meestal is dit voor ons vrij eenvoudig om te controleren en dat scheelt een hoop discussie in de trein. Echter, zo nu en dan horen we de meest hilarische verklaringen voorbij komen, waarom men geen geldig vervoerbewijs heeft.

Zo was ik een keer op een mooie zomeravond onderweg naar stad Y. Ik was nog maar net begonnen met mijn controleronde in de trein, toen er op het eerste tussenstation een bijzonder heerschap bij de achterste deur van de trein in stapte. Het was een (naar achteraf bleek) Arubaanse, vrij lange man met lang zwart rasta kapsel. Daar bovenop droeg hij een veelkleurig gebreid mutsje, zoals je ze wel kent van Bob Marley. Hij had ook precies zo’n uitstraling. Echt een figuur van: Relax mann, no worry’s.

Ik zie dat hij naar mij kijkt en zich vervolgens helemaal naar de voorzijde van de trein begeeft. Ik zie dat hij halverwege nog eens naar me omkijkt, maar daarna toch verder loopt. Mijn gevoel zegt me dat deze meneer niet in het bezit is van een geldig vervoerbewijs, maar uiteraard ga ik daar niet meteen van uit. Het is niet heel erg druk in de trein en ik ga rustig verder met het controleren van de aanwezige reizigers. Het mooie weer heeft er voor gezorgd dat iedereen in een goed humeur is. Hier en daar een kwinkslag en een grapje, maakt dat het prettig werken is op deze avond.

Eenmaal aangekomen bij de voorzijde van de trein zie ik de man met het lange rasta kapsel weer. Hij heeft plaats genomen op het klapstoeltje recht tegenover het toilet.

‘Goedenavond’ zeg ik, ‘mag ik uw vervoerbewijs even zien’? De man kijkt me met grote donkere ogen aan en tovert een brede glimlach op zijn gezicht, waarbij enkele gouden tanden zichtbaar worden. Met een onvervalst Arubaans accent zegt hij tegen mij: ‘Ik heb geen kaartje jonguhh’. Ik vraag hem waarom hij geen kaartje heeft en met een glimlach op zijn gezicht die er niet van af te branden lijkt te zijn, zegt hij: Ík heb geen kaartje omdat ik snel moest. De trein stond er al en ik had daarom geen tijd meer om een kaartje te kopen’. Ik vertel hem dat er elk half uur nog een trein gaat, en dat hij dus eigenlijk tijd genoeg had om een kaartje te kopen voor de volgende trein. En dan komt een reactie die ik nooit had kunnen verwachten. Zijn lachende gezicht krijgt ineens nog vrolijker trekjes, zijn ogen beginnen te glinsteren en dan hoor ik hem zeggen: ‘Nou moet jij eens goed naar me luisteruhh jonguhh, ik ben nu onderweg naar stad Y en daar woont mijn vriendin. En als ik zo thuis kom, dan heeft ze het eten klaar en wacht op mij zónder slip…… DAN GA IK TOCH NIET NOG EEN HALF UUR OP DE TREIN STAAN WACHTEN’???

De manier waarop hij dit tegen me zegt zorgt er voor dat ik bijna dubbel sla van het lachen en het liefst wens ik deze man een hele fijne avond en schrijf ik geen boete uit. Ik heb mij namelijk, net als sommige andere collega’s, voorgenomen om niet te schrijven als ik een wel heel orginele smoes hoor. Helaas zit enkele stoelen verderop een man die iets minder prettig in de omgang is en die ik al eerder een boete heb gegeven voor zwartrijden. Ik zie ook dat hij met argusogen afwacht wat ik nu ga doen. Eigenlijk kan ik niet anders dan schrijven, want ik weet zeker dat deze man heel vervelend gaat doen als ik niets doe. Gelukkig voor mij hoef ik me niet in allerlei bochten te wringen want de vrolijke “rasta-man” drukt mij zijn paspoort in mijn handen en zegt: ‘Kom maar op met die boete.. is mijn eigen schuld’. Nadat ik de man een boete heb uitgeschreven, wenst hij mij nog een hele prettige dienst. Ik schud hem de hand en ik wens hem ook nog een hele fijne avond. ‘Dat gaat zeker lukken meneer’, hoor ik hem zeggen. Ik twijfel er geen moment aan...

Het is een week later als ik met een paar collega’s sta te praten op het perron van stad X. Plotseling wordt ik van achter op mijn schouders getikt. Als ik me omdraai zie ik onze vrolijke “rasta-man” weer staan. Hij tovert zijn gouden tanden bloot in een brede glimlach en zegt: ‘Weet jij nog wel dat jij mij vorige week een boete hebt gegeven’? ‘Ja dat weet ik dat nog’, zeg ik. ‘Sommige mensen vergeet je niet snel’. Ik vraag of ik nog iets voor hem kan doen. ‘Nee hoor’, zegt hij, Ík kom alleen maar even zeggen dat ik die boete diezelfde avond nog betaald heb, jij kent mijn vriendin niet jonghuhh’….. Meteen daarop draait hij zich lachend om en beent weg.

Als mijn collega’s vragen waar deze opmerking vandaan komt, vertel ik ze het hele verhaal. We hangen daarna bijna dubbel van het lachen, en zo heb ik voor de tweede keer een plezierige avond door de ‘Rasta-man’

Het voorval is al weer een paar jaar geleden, maar de ‘Rasta-man’ ben ik nooit meer tegen gekomen..

Oude dame....

Mijn naam is Jan en ik ben werkzaam bij de afdeling Service en Controle bij een van de openbaar vervoerbedrijven in Nederland.
Tijdens mijn werkzaamheden ben ik meestal te vinden in de trein of op de stations in het noorden van het land. Elke dag kom ik heel veel mensen tegen uit alle lagen van de bevolking, allen met hun eigen verhaal en beslommeringen. Meestal is het contact met deze mensen maar heel kort tijdens de controle op vervoerbewijzen. Een andere keer is er tijd voor een praatje. Vaak is dat een gezellig praatje, maar soms (helaas) ook iets minder gezellig. Maar goed.... ik vind dat ik de leukste baan heb die er bestaat en dat levert soms hele mooie momenten op.
 
Zo was ik laatst net begonnen met de controle in de trein toen ik een al wat oudere dame met een paar enorme koffers in de trein zag zitten. Ze was keurig gekleed en haar grijze haren waren wat verstopt onder een klein donkerblauw hoedje. "Goedenavond mevrouw" zeg ik, en ik kijk in een vriendelijk gezicht vol kleine rimpeltjes dat me vragend aankijkt. Ik vraag de dame naar haar vervoerbewijs en vol trots laat ze mij een splinternieuwe OV-chipkaart zien. "Ik hoop maar dat het goed gegaan is op het station" zegt ze tegen mij. Ik pak mijn controle apparaat en als ik de kaart uitlees, zie ik dat mevrouw niet is ingecheckt. Als ik dit aan mevrouw vertel zie ik haar bleek wegtrekken van schrik. "Ik dacht echt dat het goed gegaan was meneer", zegt ze. "Ziet u, ik gebruik hem vandaag voor de eerste keer. Ik ben gisteren met mijn dochter naar het station geweest om geld op de kaart te laden zodat ik vandaag kon reizen. Dat heb ik met een OV-chipkaart nog nooit eerder gedaan". Het is verder rustig in de trein en ik besluit om even bij de dame te gaan zitten om uit te leggen hoe het gaat met in en uit checken. Al gauw heb ik door dat mijn uitleg niet wordt begrepen door mevrouw. Ik vraag waar de mevrouw naar toe gaat en vervolgens krijg ik het hele verhaal. Ze vertelt me dat ze inmiddels al de respectabele leeftijd van 83 jaar heeft en dat ze die dag bij familie op bezoek is geweest en dat ze nu naar stad X gaat. "Weet u wat mevrouw", zeg ik.... "In stad X stap ik met u mee de trein af en dan gaan we samen even oefenen met in en uit checken". Vol ongeloof kijkt ze me aan en vraagt of dat zomaar kan. Ik leg uit dat ze zich geen zorgen hoeft te maken en dat ik bij haar terug ben voordat we bij stad X zijn aangekomen. Zoals gezegd, het is die avond erg rustig in de trein. Aangekomen bij stad X help ik mevrouw met de 2 zware koffers de trein uit en ik loop met haar naar een CiCo (check in-check uit) paal. Ik vraag haar om haar OV-chipkaart en leg haar uit hoe ze in het vervolg moet inchecken. Daarna laat ik het haar zelf doen. Omdat het niet de bedoeling is om nu nog in stad X in te checken, vertel ik haar dat we even een minuutje wachten en dat ze zichzelf daarna ook nog even moet uit checken omdat anders het opstaptarief van de kaart wordt afgeschreven. We kletsen nog wat verder en al snel zijn er een paar minuten voorbij. Ik vraag haar nu om weer uit te checken en ook dat gaat in een keer goed. "Is dat nu alles"? vraagt ze verbaasd. "Ja", zeg ik, "dat is nu alles en u heeft het helemaal zelf gedaan". "Maar hoe gaat u nu verder"? vraag ik aan mevrouw. Ze vertelt me dat haar dochter met de auto aan de voorzijde van het station staat te wachten om haar op te halen. "Kom", zeg ik, "dan help ik u even met die zware koffers". Ik pak de koffers op en geef haar een arm. Samen lopen we zo naar de voorzijde van het station en daar zie ik een vrouw staan bij een auto waarvan de kofferruimte reeds is geopend. "Dat is mijn dochter", zegt ze tegen mij. Als ik vervolgens de koffers achter in de auto heb gelegd, groet ik beide dames. Net als ik weg zal lopen zegt de oude dame tegen mij: "Maar nu heb ik helemaal niet voor de treinreis betaald". Ik draai me om en ik zeg: "Volgende keer dan maar, mevrouw, deze reis krijgt u van mij".  Ik zie dat ze naar me toe komt met uitgestrekte armen en voor ik het weet word ik aan mijn oren naar beneden getrokken en ik krijg op beide wangen een dikke zoen. "Wat bent u een lieve man", fluistert ze in mijn oor. Ik voel dat ik een kleur krijg, wens haar nog een fijne avond en haast me naar het perron. De volgende trein dient zich weer aan.....